geen

Oproep: boerderij gezocht!

11 januari 2019 | Agrarisch Erfgoed Nederland sprak met Daniël de Jong, een dertiger die op zoek is naar een vrijkomende boerderij om zijn droom te verwezenlijken: de agrarische levensstijl beschikbaar stellen aan een nieuwe groep bewoners. Dit kan ook de stoppende boer zonder opvolging helpen. Interesse? Zoek contact met Daniël: inboxdanieldejong@gmail.com

AEN: Jij hebt een idee ontwikkeld voor hergebruik van boerderijen. Kun je daar iets meer over vertellen?

Ja dat klopt. Het is een plan dat ontstond vanuit mijn eigen wens en behoefte om te wonen en werken op het platteland. Het idee blijkt bovendien een antwoord op de (door universiteit Wageningen onderzochte) problematiek van de boer zonder opvolging. Op die categorie boeren richt ik mij graag hier.

In mijn plan doe ik niets anders dan jong agrarisch bloed toegang verlenen tot het boerenleven. Ik wil dit faciliteren. Ik wil een agrarische levensstijl aanbieden, zonder dat hier enorme financiële investeringen van de deelnemers tegenover staan. Dat is in de traditionele landbouw vandaag de dag vrijwel onmogelijk. Graag doorbreek ik het beeld dat je alleen boer kunt worden met een groot (geleend) startkapitaal en op basis van een traditioneel agrarisch bedrijfsplan. De bedrijfsopzet die ik heb bedacht, is nog niet eerder gezien. Je zou kunnen spreken van een herdefiniëring van het boerenbestaan. Maar “boer zijn” is wat behouden blijft. Ik wil met meerdere mensen op een erf gaan wonen en werken en gezamenlijk agrarische producten verbouwen die op verschillende manieren kunnen worden vermarkt. Het gezamenlijk boeren hoeft geen hoofdinkomen te zijn voor de bewoners, het is onderdeel van hun levensstijl. Ze doen het voor een deel van hun tijd en hebben daarnaast elders inkomsten.

AEN: Is dit idee voor elke vrijkomende boerderij overal in Nederland geschikt? Waaraan moet jouw “ideale” boerderij voldoen?

Het plan is in principe geschikt voor elk bestaand akkerbouwbedrijf. Maar waarschijnlijk niet in elke provincie even gemakkelijk te realiseren. Niet elke provincie heeft een agrarisch vastgoed probleem. Na onderzoek blijkt dat een aantal provincies in Nederland graag iets wil en moet doen om de boer niet aan de horizon te laten verdwijnen. Het boerenbestaan is natuurlijk in de cultuur van provincies vervlochten. Zij zijn het belang gaan inzien van alternatieven en dat uit zich in een welwillendheid tegenover nieuwe innovatieve ideeën. Provincies als Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant zijn al bezig met oplossingen specifiek voor de vrijkomende boerderij. Een aantal heeft er ook subsidieregelingen aan verbonden. 

Wat ik voor ogen heb, is een gemengd bedrijf, met een groot deel akkerbouw. Kleinschalige landbouw. Bij voorkeur zou ik een boerenerf vinden met een woonboerderij pal aan de doorgaande weg, met minimaal een stal of loods om productie te draaien en deels een plek voor rundvee. Een of twee schuren voor het materieel en apparatuur. Het aantal hectaren is even afwachten, maar ik schat iets van 6 hectare akkerbouw en 4 hectare weidegrond.

AEN: Wat maakt jouw idee voor de huidige eigenaar van een boerderij interessant? Wat heb je hem of haar te bieden?

Ik nodig de boer uit om de proef op de som te nemen. Ik hoop dat er boeren zijn die met mij een verkennend gesprek willen. Mijn idee biedt alle ruimte voor maatwerk. Wat wil de eigenaar graag behouden zien? Waar hecht hij of zij waarde aan? Wat wil de boer zelf nog blijven doen? Ik stel me zo voor dat een van de mogelijkheden is dat de boer op het erf blijft wonen, op de voor hem of haar vertrouwde plek. Het gaat om een combinatie van wensen, maar uiteindelijk om mij de opvolging van het bedrijf te gunnen. Het doel is om van een nood -geen opvolging- een kans te creëren. Ook voor de desbetreffende boer.

Kijk als de boer naar een makelaar stapt dan krijgt hij zijn geld wel. Waarschijnlijk niet precies het bedrag waarop hij hoopt, maar verkopen zal uiteindelijk wel lukken. Ik ben een ondernemer die wil boeren, maar ook de boerderij betekenis wil geven voor anderen. Ik bied daarom meer dan een geldsom. Daar moet toch oor voor zijn?

AEN: En wat verwacht je hiervoor terug van de huidige eigenaar?

Ik moet uiteindelijk vrij kunnen ondernemen. Na eenmaal goede afspraken te hebben gemaakt, wil ik ervoor kunnen gaan.

AEN: Ik begrijp dat je je idee wilt laten onderzoeken op economische haalbaarheid door studenten van de WUR. Kun je daar iets meer over vertellen? Wat verwacht je hiervan?

Klopt. Ik heb de Universiteit van Wageningen gevraagd te helpen het plan door te rekenen. We zijn nog in gesprek. Wel bleek al dat een concrete locatie gewenst is, willen de resultaten echt betekenisvol zijn voor mij. Er is daarom enige urgentie bij het vinden van een passend boerenerf. Mede daarom ook deze oproep.

Mijn verwachting is dat het onderzoek potentiële investeerders, waarmee ik in gesprek ben, aan tafel houdt en van belang zal gaan zijn bij de verdere gesprekken.

AEN: Het liefste wil jij jouw idee zelf ergens ten uitvoer brengen en zoek je daarbij hulp. Wat heb je precies nodig?

Heel graag wil ik het idee zelf gaan realiseren. Gelukkig weet ik inmiddels wat mijn deel zal zijn in het geheel. Ik zal bij realisatie behoefte hebben aan een partner die op termijn het financiële en zakelijke deel van mij over gaat nemen. Dat is niet mijn discipline. Verder is dit plan opgesteld met daarin een zestal groene ondernemers in gedachten. Als er nu al mensen zijn die er iets voor voelen om samen te boeren dan nodig ik hen van harte uit zich kenbaar te maken bij mij. Mijn deur staat open. Zo ook voor alle andere vormen van goodwill of hulp. Innovatieve plannen hebben steun nodig.

AEN: Tot slot: Kun je nog iets meer over jezelf vertellen? Wat houd je bezig op dit moment en wat is de drijfveer voor het in de praktijk brengen van je idee?

Zie mij als het bindingsmiddel van wat uiteindelijk een fijne warme kop soep wordt. Ik breng alles bij elkaar momenteel. Het plan is het recept. Dat recept is helder. Nu zie ik mezelf alles bij elkaar brengen. Ik blijf nieuwe contacten aanboren en relaties beheren. Veel gesprekken voeren. Wat ik al gedaan heb is onderzoeken wat provincies kunnen betekenen en wat deskundigen en belanghebbenden zeggen. Daarin vind ik voortdurend bevestiging. Dat werkt aanmoedigend. Zo langzamerhand kan ik goed meepraten over wat er in de markt gebeurt en waar de kansen liggen.

Intussen ben ik een deeltijdstudie biologische dynamische landbouw gestart. Wat mij bijzonder goed doet. Onder andere om met gelijkgestemden te sparren en te leren is waardevol. Tijdens en buiten de lessen om wordt er veel gesproken over “onze” toekomst. We zijn allemaal erg benieuwd. Het is waardevol om die aanspraak en gedachtewisseling onder elkaar te behouden. Waar ik me dan ook voor wil gaan inzetten is een fijne samenstelling van deelnemers. Ik kan niet wachten om samen met collega agrarische ondernemers aan de slag te gaan. Daarvoor is het nu nog wat te vroeg. Het is geduld uitoefenen. Koers houden en me door anderen laten helpen. 

Wat in mijn plan vooral goed naar voren komt, vind ik zelf, is de manier waarop de moderne tijdsgeest en de actualiteit waarin wij leven samenkomt. Het geeft energie wanneer je door krijgt dat je op de tand van de tijd leeft. Het vraagstuk wordt urgenter. Zowel vanuit de ontwikkelingen in de landbouw geredeneerd als vanuit de behoefte aan betaalbare woonruimte op het platteland. Het is nu van belang dat ik in contact treed met iemand die middenin die actualiteit staat. Namelijk de boer zelf. Dat gesprek blijft nog uit. Daarmee een verkennend gesprek voeren is wat ik ambieer.

Het plan leven en realiseren is de droom. Die droom die deel ik graag.